Terugblik
Het grote Europa ontdekken begon
Guus zei: ‘Ik wil jouw verhaal’

Ik werkte voor de krant, deed verslagen en achtergrondreportages. Pikte er freelance interviews met bekende Nederlanders voor Nederlandse en Vlaamse magazines bij. Had het druk en verdiende aardig. Privé zat ik achterop de motor bij Willem, camera’s mee en foto’s maken van landschappen, steden, dorpen, mensen. Vroeg aan Guus van de Beek, hoofdredacteur Motor, of hij geïnteresseerd was in een reisverhaal over Wales. Hij zei ‘ja -lever maar in met foto’s.’ De spanning steeg, wat hij ervan vond, en hij zei ‘ja, ik wil jouw verhaal’ en sindsdien zouden Willem en ik door Europa reizen, voor een blad dat een glossy lifestyle magazine werd.
In meer bladen kon ik mijn verhalen kwijt en vaak in twee, drie tegelijk, steeds met een andere insteek. Aan landschappelijke bespiegelingen gaf ik minder ruimte. De verhalen waren voortaan toegespitst op gebeurtenissen, verrichtte ervoor noodzakelijk onderzoek. Een reis door Wallonië veranderde de reportagekeuze; thema’s werden lokaal historisch en dramatisch. Aanleiding: achter de Belgische stad Dinant stond aan een kruising een Duitse tank uit de Tweede Wereldoorlog, die deel uitmaakte van een historische gebeurtenis.
Er klopten andere historische onderwerpen aan die Europa op haar grondvesten in het verleden deden schudden. Ik zag iets in de strategische fratsen van Napoleon, reisde hem en zijn leger de laatste dagen in België achterna voor de cruciale Slag bij Waterloo (1815) die voor hem dramatisch zou uitpakken. De verhalen daarover met spectaculaire inhoud vonden bij magazines gretig aftrek. Het genre brak door. En ik dacht aan Winston Churchill, ja hij, de Britse premier in de WO-II. Hoe was hij in zijn jonge jaren? Ik toog met Willem naar Blenheim Palace in Oxfordshire waar hij werd geboren en opgroeide. Daar vlakbij lag Bletchley Park - nu museum – met een country house en grote tuin waar de Britse geheime dienst barakken liet neerzetten voor wiskundigen en computerpioniers die in alle afzondering de Enigmacode moesten kraken. De codemachine werd door het Duitse leger in de WO-II gebruikt voor het radiografisch zenden van versleutelde berichten. Alan Turing – hij werkte in barak 8 - gold als één van de briljantste geesten achter het code ontcijferen. De oorlog kon daardoor met méér dan twee jaar worden bekort. Bladen namen mijn verhalen daarover onder de noemer toerisme smullend van nieuwsgierigheid op. Tot op de dag van vandaag is dat genre uiterst populair, ook bij film- en tv-producenten.

%20Han%20van%20Geenhuizen%20-%20pag%204%20.jpg)
%20Han%20van%20Gee%20n.jpg)
Vragen Jurriaan Ozinga
aan de schrijver
Hoe verwerkt u uw journalistieke ervaring in uw boeken?
‘De journalist, die voor media schrijft, verslaat een gebeurtenis met enige distantie. Een tijdschriftschrijver is iets persoonlijker bezig, en de boekenschrijver, ja, die zet een verhaaltoon neer, schrijft invoelbare situaties, voert karakterrollen op, creëert dialogen en verhaallijnen. Ik heb als journalist de knop omgezet. Mijn journalistieke ervaring blijft evenwel meespelen. Dat maakt, dat mijn boeken spannende documentaires lijken, waar feiten journalistiek in zijn verwerkt.’
Waar haalt u de historische bronnen voor de verschillende onderwerpen vandaan?
‘Wikipedia is handig voor algemene informatie, maar die is niet altijd betrouwbaar. Ik zoek op internet naar verifieerbare gegevens. Ga bij instanties en organisaties te rade voor gerichte publicaties. Zorg dat ik zeldzame archiefstukken te zien krijg, liefst geautoriseerd, met passages, die me geloofwaardige, bruikbare informatie opleveren. Literatuur schaf ik op reis aan, bezoek themagerichte musea, waar selecte boeken te koop zijn, door geschiedkundigen geschreven. Benader ook specialisten voor toelichting. Thuis ligt wat reisdocumentatie gestapeld.’
Schrijven over het verleden inspireert u?
‘Een gebeurtenis door mysteries omringd inspireert mij. Als de essentie bovendien naar het heden doorklinkt, en ook te linken is aan een actueel voorval, wordt dat een hoofdprijsonderwerp voor een boek. Ik voeg er fictie aan toe die de spanning verhoogt, en de beeldvorming versterkt.’
Wat maakt dit genre voor u zo uniek?
‘Het unieke zit in het verhaal dat zich in het heden afspeelt en lijnen heeft met gebeurtenissen in het verleden. Zoals die zouden kunnen lopen naar bizarre incidenten in de Eerste of Tweede Wereldoorlog. Met een gebeurtenis toen en die van nu moet een verrassende match bestaan. Een voorwaarde voor dit genre verhaal, vind ik. Een match kan zitten in een oude politieke stroming die zich sluiks in een nieuwe jas openbaart. Mijn eerste twee boeken zijn daarop geschreven. De geschiedenis herhaalt zich, maar anders. Ik voorspel: sluw, onderhuids, gemeen.’


Welk onderwerp uit de talrijke historische gebeurtenissen zet u boven aan de lijst voor uw volgend boek?
‘Vierde boek zou COVID – nu al geschiedenis - als onderwerp kunnen hebben. De invloed ervan op bevolking en economie. Het legde ons dagelijks leven plat. Schrijven zou ik over onbeheersbare uitbraken in relatie tot oudere niet volledig verslagen virusinfecties die nieuws maakten. Misbruik, macht, moderne oorlogsvoering. Draconische winsten in de farmacie. Plot voor een thriller!’
Historicus Jurriaan Ozinga, vragensteller, deed zijn Bachelor Geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht, thema’s politieke geschiedenis, revoluties, geschiedenis Midden-Oosten, minor: Conflict Studies. Zijn Master Publieksgeschiedenis rondde hij aan de Universiteit van Amsterdam af in 2023.